Toelichting week 36 t/m 41

U bevindt zich hier : Home >Toelichting week 36 t/m 41

Toelichting week 36 t/m 41

Week 36: 5-11 september

Wow

Genesis 1 en 2
In het begin maakte God alles, zo vertelt het boek Genesis. Hemel en aarde, en alles wat er leeft, is begonnen bij God. Als je ernaar kijkt, valt je mond open van verbazing: Wow… Met de kinderen gaan we deze week op zoek naar de verwondering over alles wat God gemaakt heeft.

DINSDAG: Het begin, het lied van de schepping, Genesis 1:1-2:3
-Zes maal horen we het woord ‘goed’ (tof) klinken in het refrein: ‘en God zag dat het goed was’. De zevende keer – na de schepping van man en vrouw naar het beeld en tot gelijkenis van God, wordt dit nog eens bevestigd met ‘zeer goed’ (vers 26).
-Er is een tweede refrein, dat de dagen aangeeft: ‘het was avond geweest en het was morgen geweest’. Ook dit refrein horen we zeven keer klinken. Het gaat immers om zeven dagen.
-Als je goed leest, zie je dat de twee refreinen niet steeds dezelfde gang volgen. Dat geeft verrassingen.
-Het licht van de eerste dag is het eerste schepsel én uitgangspunt van Gods schepping. Het werpt zijn licht op alle andere schepselen.
-De volgende drie dagen hebben alles te maken met het grote ‘decor’ waartegen de geschiedenis van God en mens zich zal afspelen: we horen van de hemel (daarvan hoeft blijkbaar niet eens gezegd te worden ‘dat het goed was’ vers 8), de aarde en de grote en kleine lichten aan de hemel.
-Op de vijfde dag worden de vogels en de vissen geschapen, die - anders dan mensen - in de diepte van de zee en in de hoogte van de hemel kunnen leven. Zij hebben een eigen aparte dag. De mensen niet.
-De zesde dag moeten zij delen met alle andere dieren van de aarde. We horen op deze dag twee keer ‘en God zag dat het (zeer) goed was’.
-Als alles zo goed blijkt te zijn, kan God op de zevende dag genieten van alle gedane arbeid. De sabbat hoort ook bij de eerste dingen van de schepping.

WOENSDAG: De tuin van Eden, Genesis 2
-Het verhaal gaat om drie dingen: de vorming van de mens (7), het planten van de tuin (8-15) en het niet alleen hoeven zijn van de mens (18-25).
-De mens wordt gemaakt uit stof van de akker en levensadem (ziel). Het woord mens (adam) is bijna hetzelfde als het woord akker (adama). Zo zeer hangt de mens (man en vrouw) met de stof samen.
-De ligging van de tuin wordt duidelijk uit de namen van de grote rivieren, die er ontspringen: Eufraat en Tigris ten oosten van Israel en Cichon ten westen.
-De tuin is om te bewerken en te bewaren. Haar middelpunt is de boom van het leven. Vlak erbij staat de boom van de kennis van goed en kwaad. Hiervoor wil de Eeuwige de mensen beschermen.
-In het Hebreeuwse woord voor de levenspartner wordt niet zomaar een hulp in de zin van hulpje bedoeld. Het gaat om een helper (ezer), zoals de Eeuwige zelf helper is. Zo’n helper staat tegenover je en kijkt je in de ogen. Gelijkwaardig.
-De mens wordt pas man als er een vrouw voor hem is.
-De man is degene, die alles achterlaat om de vrouw aan te hangen.
-God wordt in dit verhaal de Eeuwige (Die Is) voor en met mensen.

DONDERDAG: De verboden boom, Genesis 3
-Het begint ermee dat de slang de woorden van de Eeuwige niet goed citeert. Dat is altijd gevaarlijk, voor je het weet heb je te maken met verdraaide waarheid. De Eeuwige zei in Genesis 2:16: ‘Van alle bomen in de tuin mag je vrij eten.’ De slang vraagt de vrouw: ‘Van God mag je zeker niet eten van enige boom in de tuin?’ (vers 1). Hierdoor weet de vrouw niet meer precies wat de Eeuwige ooit heeft gezegd. Zijn naam vergeet ze en ook dat ze van alle bomen vrij mogen eten (vers 2).
-De vrouw zet de ene uitgesloten boom in haar antwoord letterlijk en figuurlijk in het midden van de tuin (vers 2). Weet ze niet meer welke boom daar in het midden van de tuin hoort te staan (2:9)? Zij begeert het enige wat ze niet heeft: het God-gelijk zijn (vers 5). Weet ze dat ze dan te maken krijgt met de kennis van het kwade, met de ervaring van leed? Niet langer zullen mensen rustig, veilig en beschermd rondwandelen, als ze weten van goed en kwaad.
-Na het eten van de boom verstoppen Adam en Eva zich voor de Eeuwige, kennelijk weten ze al van goed en kwaad. De goede verhouding tussen God en de mens is verstoord. De gevolgen voor de verhouding met de aarde, de naaste en de levensadem worden verteld in de verzen 14-24.

Groep 3-4 week 36
Link naar informatie over de diepzee: http://nl.wikipedia.org/wiki/Diepzee
Link naar een You Tube filmpje bij het boek Allemaal een naam, N.M. Talsma (Ark media): http://www.youtube.com/watch?v=5xUQ2vQ5BdU

Groep 7-8 week 36
Schepping in beeld: Bekijk een afbeelding van het plafond van de Sixtijnse Kapel in Rome. http://www.statenvertaling.net/kunst/sixtijnse-kapel.html Vergelijk ook met de afbeelding van Lucas Cranach de Oude: http://www.statenvertaling.net/kunst/grootbeeld/506.html

Uitvoering van ‘Morning is broken’ met natuurfoto’s vind je via: http://www.youtube.com/watch?v=QqKXFEtCV3g&feature=watch_response.
Zie ook http://www.songfacts.com/detail.php?id=289 voor meer achtergrondinformatie bij het lied. Het is een loflied op de schepping en het ochtendgloren. Het lied wordt in veel kerken wereldwijd gezongen. Noot: Cat Stevens liet in 1978 zijn naam veranderen in Yusuf Islam nadat hij ernstig ziek was en eenmaal bijna verdronk. Hij zet zich tegenwoordig in voor wereldvrede en begrip voor de Islam. Op http://www.yusufislam.com/ kun je meer over hem lezen.


Naar boven

Week 37: 12-18 september

Wat kijk je?

Genesis 3 en 4

In het begin was alles goed. Maar in de verhalen van deze week ontdekken we dat er ook altijd dingen zijn die minder goed zijn. Adam en Eva kruipen weg in de struiken omdat ze zich schamen voor God, Kaïn weet niet waar hij kijken moet als God vraagt waar zijn broer is. Als iemand je beschuldigend aankijkt, kun je wel wegkruipen – Wat kijk je?

Toelichtingen:
DINSDAG: Kaïn en Abel, Genesis 4:1-15/25-26
-Wat opvalt is, dat we zeven keer horen : ‘zijn/jouw broeder’.
-Het begint ermee dat Abel wordt geboren als ‘zijn broeder’ (vers 2). Voor Kaïn is de opgave en uitdaging om een broeder naast zich te weten tegenover God. Zonder deze broeder is er zelfs geen verhouding met God mogelijk.
-Maar Kaïn wil zijn broeder niet langer als mededinger naar Gods liefde.
-Gods vraag aan Kain (4:9) `Waar is je broeder?' herinnert aan die andere vraag van God aan de mens (Genesis 3:9): `Waar ben jijzelf?' Op beide vragen zullen mensen antwoord moeten geven in hun leven.
-In dit verhaal spelen ook andere motieven mee. In Kaïns naam zit het woord `verwerven'. Hij is landbouwer, die zich een stukje grond verwerft om te oogsten. Hoort bij zijn levenswijze de gedachte dat hij zich alles moet ‘verwerven’? Zelfs Gods toewending?
-De naam Abel betekent `dampje' of `ijdelheid'. Hij leeft als schaapherder op dezelfde wijze als Abraham, Isaak en Jakob, als nomade: rondzwervend en niet echt meetellend.
-Als gevolg van zijn daad wordt Kaïn verdreven uit het land, niet langer zeker van zijn oogst en zwervend als voorheen zijn broer Abel.
-De mens en zijn vrouw krijgen nog een zoon: Set. Als Sets zoon Enos (`mensje') wordt geboren, begint men de naam van de God van Israël uit te roepen. Een teken van hoop in alle ellende.

WOENSDAG: Noachs opdracht, Genesis 6
-Gods goede schepping is verworden in de verhouding tussen mannen en vrouwen. De mannen beschouwen de vrouwen niet als gelijkwaardige partner zoals God had bedoeld. Ze maken zichzelf reusachtig ten koste van vrouwen. Ze nemen in plaats van lief te hebben. Als God dit ziet, verkort hij het leven.
-Dan krijgt God zulk verdriet over alle geweld en zulk berouw over zijn schepping, dat zijn hart er pijn van doet.
-Er is maar één uitzondering: Noach is rechtvaardig en gaaf en wandelt met God. In die zin maakt Noach zijn naam (trooster) waar voor God.
-God besluit de hele schepping ongedaan te maken. Slechts de gave Noach, zijn drie zonen, hun vier vrouwen en de dieren zullen paarsgewijs overleven.
-Daartoe moet Noach een ark bouwen van hout en pek. Net als het biezen mandje van Mozes wordt de ark van Noach besmeerd met pek om waterdicht te zijn.
-Het woord voor de ark is hetzelfde als voor het arkje van Mozes. Het betekent eigenlijk ‘doodskist’. Hierin wordt het leven veilig gesteld.
-Er moet ook genoeg voedsel worden verzameld voor mensen en dieren in de ark.

DONDERDAG: De dieren in de ark, Genesis 7:1-16
-Noach krijgt een week (zeven dagen) om de ark binnen te gaan met alle dieren en zijn vrouw en kinderen. In het getal zeven zit het getal van de scheppingsdagen: in zeven dagen heeft God de schepping gemaakt en gedurende zeven dagen wordt de schepping ‘afgebouwd’, lijkt het wel.
-Na de zeven dagen, als de vloed begint, gaan Noach, zijn familie en alle dieren aan boord van de ark. Zien de andere mensen niet wat er gebeurt? (De Koran vertelt dit in de vorm van een van Noachs zoon die hetzelfde kiest als alle andere mensen: hij wil niet mee, volgens hem zal het zo’n vaart niet lopen met die regen. De mensen luisteren niet (zie het thema!).


Naar boven

Week 38: 19-25 september

DINSDAG: De vloed, Genesis 7,17-8,1
-Het getal veertig heeft vaak te maken met een tijd van inkeer en bezinning, van voorbereiding op een ommekeer, die komen gaat. Denk aan de veertig jaar in de woestijn van het volk en aan de veertig dagen woestijn van Jezus en Elia.
- De hele aarde raakt bedekt door het water van de vloed, alsof Genesis 1:9 niet had plaatsgevonden.
-Geen leven op aarde blijft bestaan.
-Geen bergtop is zichtbaar. Zo hoog is het water.
-De overstroming duurt honderdvijftig dagen.

WOENSDAG - Verbond en regenboog, Genesis 8-9:17
-Het keerpunt in de vloed wordt gevormd door Genesis 8:1: ‘ En God gedacht Noach en alle dieren...’ Dit vers staat precies tussen de opkomst en het zakken van de vloed in.
-De opkomst van de vloed en het zakken van de vloed duren precies even lang: honderdvijftig dagen, totdat de wateren zo afnemen dat de ark tot rust kan komen op de berg Ararat (weer een heuveltop).
-Veertig dagen voordat Noach de raaf en de duif voor de eerste keer uitstuurt om de droogte te testen.
-Zeven dagen voordat de duif voor de tweede keer wordt uitgestuurd en terugkomt met een vers olijfblad als teken van leven.
-Nog eens zeven dagen later wordt de duif voor de derde keer uitgestuurd en komt niet meer terug.
-Hierna mogen de dieren, Noach en zijn gezin de ark verlaten. Het eerste, wat Noach doet als rechtvaardige is een offer brengen aan de Eeuwige.
-God besluit de aarde niet meer te vervloeken. Hij maakt er een afspraak (verbond) van met Noach. Het teken van hun afspraak (verbond) is de regenboog.
-Aardig is, dat we aan het eind bij de regenboog horen, hoe God het nieuwe begin ziet: geen bloed vergieten meer (dat is dus slechtheid nummer 1).
-In de regenboog wordt het licht van de schepping gebroken, maar de breking levert iets moois en nieuws op.

DONDERDAG: De toren van Babel, Genesis 11:1-9
-Het menselijke streven om jezelf een naam te maken, wordt belachelijk gemaakt in Genesis 11. Het gaat om grootheidswaan: één taal, één spraak, één naam over de hele wereld.
-Met bouwt de hemel in om niet over de aarde verstrooid te raken.
-Het verhaal wordt verteld als troost voor het volk Israël, dat wel over de aarde verstrooid is geraakt.
-Op de achtergrond denkt men aan het begin van Israëls ballingschap in Babel. Er wordt gespeeld met namen: Babel betekent ‘mengelmoes’. Maar er klinkt ook het woord ‘babbelen’ door het hele verhaal heen.
-De tichels en het leem brengen voor de goede hoorder de onderdrukking en de slavernij in Egypte in herinnering.
-Er wordt gespeeld met historische details. De hoge traptoren om de goden of de hoogste God te bereiken (zo’n traptoren heette zigurat in Mesopotamië), kennen we uit alle godsdiensten van oude volkeren in de hele wereld.


Naar boven

Week 39: 26 september-2 oktober

DINSDAG: Abrams roeping, Genesis 12:1-9
-Abram laat alle zekerheid achter zich omwille van een toekomst, die vol belofte is en onzeker tegelijk.
-Hij gaat leven als vreemdeling in een vreemd land.
-Hem wordt gevraagd om zijn land, zijn familieclan en zijn vaders huis (zijn erfenis), achter zich te laten.
-De eerste belofte van de Eeuwige aan Abram is een toekomst vol zegen voor Abram en voor alle mensen om hem heen.
-Abram en Sarai worden nu zelf vreemdelingen in het land Kanaän, maar ooit zal dit land (tegelijk de hele aarde) behoren aan hun nageslacht volgens de belofte van God.
-Als kinderlozen hebben ze geen nageslacht behalve hun neef Lot.

WOENSDAG: Abram en Lot, Genesis 13:1-18
-Abram moet afscheid nemen van de enige hem bekende nakomeling, zijn neef Lot. Niets wat vertrouwd was is er meer. Nu kan het nieuwe beginnen...
-Abram wordt rijk en gezegend. Dan ontstaat er ruzie tussen zijn herders met de herders van Lot over de ruimte om te weiden.
-Abram geeft Lot de eerste keus. Deze kiest het meest groene gebied van de Jordaan met Sodom en Gomorra.
-Het lijkt het beste, maar zal niet in alle opzichten het beste zijn. Het is niet alles goud, wat er blinkt.
-Abram krijgt de kustvlakte voor zijn kudden en gaat met zijn tenten wonen in Mamre.
-Opnieuw krijgt Abram de belofte dat dit land en zijn nakomelingen bij elkaar horen. Er zullen er zoveel zijn als het stof van de aarde.
-Abram zal het maar moeten geloven, want Abram heeft er nog niet één.

DONDERDAG: Abram redt Lot, Genesis 14:1-17
-Lots keuze blijkt fataal.
-Hij raakt verzeild in een oorlog met mythologische proporties.
-De koningen van het zo welvarende Sodom en Gomorra worden verslagen. Hun afgang wordt heel mooi verbeeld: ze vallen in (zelfgegraven?) asfaltputten.
-Lot wordt meegevoerd als oorlogsbuit.
-Abram hoort het verhaal en komt Lot te hulp met 318 slaven!
-De plaatsnaam Dan vertelt waarom Abram helpt: omwille van het recht.
-Zoals vaker in de Bijbel wint de kleine groep Hebreeërs de strijd door ‘s nachts in kleine eenheden verwarring te zaaien (guerilla).
-De koning van Sodom wil als koning van de volkeren (goiiem) de buit verdelen. Abram doet niet mee en wil geen rijkdom ontvangen behalve van de Eeuwige zelf.
-De koning van Salem (‘vrede’) is nieuw en anders. Hij heeft een naam: Melchisedek (mijn koning is rechtvaardig) en is priester van de Allerhoogste God. Hij verdeelt geen buit, maar geeft brood en wijn. Zo zegent hij Abram.
-Hier zien we de betekenis van de zegen, die Abram en zijn nageslacht beloofd wordt. Hier zien we ook de rijkdom van de Eeuwige.
-Abram geeft Melchisedek als priester tienden van alles. Zo hoort het in Israël.


Naar boven

Week 40: 3-9 oktober

DINSDAG: De belofte aan Abram, Genesis 15
-Abram hoort in een visioen twee beloften van God: de eerste is een eigen zoon en de tweede is het bezit van het land Kanaän. Allebei zijn slechts beloften, waarin Abram moet geloven.
-Als teken van de zoon wijst God Abram naar de sterren aan de hemel. Zo ontelbaar zal zijn nageslacht worden.
-Wat betreft het land zal er eerst een tijd van duisternis en onderdrukking zijn voor zijn nakomelingen. Ze zullen als bevrijde en bewuste mensen het land betrekken.
-Als teken van deze belofte valt er een dikke, diepe duisternis over Abram zelf. Een diepe slaap overmant hem.
-Het offer wordt voltrokken tijdens nog een nieuwe dikke duisternis.
-Zijn de ongedeelde vogels van het offer misschien tekens van de ongedeelde en bevrijde mensen in de toekomst?
-In de tweede dikke duisternis is een rokende oven met een vurige fakkel zichtbaar, die de offerdieren vanzelf aansteekt.

WOENSDAG: De geboorte van Ismaël, Genesis 16
-Sarai komt in actie om haar kinderloosheid op te lossen. Ze ‘neemt’ en ‘geeft’ haar slavin aan haar man. Sarai gebruikt Hagar voor eigen doeleinden. De gevolgen slaan op haar zelf terug.
-Als Hagar zwanger wordt van Abram, voelt zij zich boven Sarai verheven. In veel culturen ben je pas vrouw, als je kinderen krijgt.
-De verhouding meesteres-slavin maakt, dat Sarai Hagar kan vernederen met instemming van Abram.
-Hagar loopt weg, ze vlucht de woestijn in naar een waterbron.
-Bij deze waterbron blijkt Hagar er niet alleen voor te staan. Daarom krijgt deze ook de bijzondere naam Lachai-Roi.
-De Eeuwige ziet naar mij om.
-De bode van de Eeuwige helpt Hagar hier om haar positie te verhelderen: enerzijds is ze nu eenmaal slavin van Sarai en ze moet daarheen teruggaan.
-Anderzijds zal Hagar in deze zoon een eigen toekomst hebben. Hij is het teken, dat de Eeuwige naar haar ellende heeft gehoord. Zijn naam zal dan ook zijn: Ismaël (god heeft gehoord).
-In het verhaal over dit kind horen we de hele geschiedenis van zijn nakomelingen: een wilde ezel en zijn hand tegen allen en allen tegen hem.

DONDERDAG: Verbond en nieuwe namen, Genesis 17
-God is met Abram een nieuwe weg ingeslagen. In deze tekst wil God een verbond met hem sluiten. Dertien keer klinkt het woord ‘verbond’ in deze tekst en God is de initiatiefnemer.
-Allereerst wordt Abram beloofd dat hij vader zal zijn van een groot nageslacht. Daartoe wordt zijn naam veranderd: hij zal vanaf nu Abraham heten. (Wordt, na alle omzwervingen de ‘ruach’ Geest Gods toegevoegd aan zijn naam?)
-Abraham wordt zo vader van een groot volk, en de Eeuwige zal dat volk tot God zijn en het volk een land geven.
-Het verbondsteken krijgt voor Abraham en zijn volk een heel materiële kant. Het ‘komt aan het eigen vlees’: de voorhuid van het lid van mannelijke leden moet worden afgesneden. (Een ingreep die overigens zeer bevorderlijk is voor de hygiëne en voorkomt dat ziektes zich verspreiden, zoals HIV).
-Abrahams grote nageslacht heeft zijn begin met Ismaël. De regels voor verbondssluiting betreffen vooralsnog Ismaël als eerste zoon. Aan deze besnijdenis zal ‘het volk Gods’ worden herkend.
-In vers 15 krijgt ook Saraï een andere naam: Sara. En God vertelt dat Hij haar een zoon zal schenken.
-In vers 17 horen we, hoe Abraham lacht om deze onwaarschijnlijke belofte: ‘zal dan aan een honderdjarige een kind worden geboren?’ Het lachen om Gods belofte wordt vaak alleen aan Sara toegeschreven, in dit hoofdstuk dat ook Abraham – terecht – de onwaarschijnlijke belofte niet kon geloven. Kunnen Abraham en Sara pas nu ze getekend zijn door het leven (wat we terug zien in hun veranderde namen)de zoon van de belofte ontvangen? In vers 19 geeft God aan, dat het verbond ook voor hem geldt.
-Naar aanleiding van Abrahams smeekbede om ook Ismaël een plek te geven, geeft God aan dat voor beide zoons er een toekomst is met een talrijk nageslacht.
-In vers 25 volgt dan de feitelijke besnijdenis van Abraham en Ismaël, de eerste besnedenen.
-De besnijdenis is tot op de dag van vandaag een belangrijk ritueel in jodendom en islam.


Naar boven

Week 41: 10-16 oktober

DINSDAG – De belofte aan Sara, Genensis 18:1-15
-In het vorige hoofdstuk van de Bijbel hebben Abram en Sarai van God een nieuwe naam gekregen: Abraham (vader van velen) en Sara (vorstin).
-Drie gasten komen onverwacht langs in de tenten van Abraham en Sara. Zoals vaker in de Joodse traditie vertegenwoordigen zij als onverwachte gasten de Eeuwige.
-Abrahams gastvrijheid wordt uitgebreid beschreven: voeten worden gewassen, er is water, koeken worden gebakken, een kalf wordt geslacht, er is boter en melk. Niets ontbreekt er. Zo hoort het met de gastvrijheid in de woestijn.
-Abraham laat de gasten in rust van de maaltijd genieten. Zelf staat hij onder een boom. Pas na het uitgebreide maal vragen de gasten naar Abrahams vrouw Sara. Abraham vertelt dat Sara in de tent is.
-De belofte van de zoon wordt uitgesproken door één spreker, als uit één mond. Deze belofte is immers afkomstig van de Ene Eeuwige.
-Sara lacht zoals Abram lachte om de belofte in Genesis 17. Ze zijn hoogbejaard en geen jong verliefd koppel meer. Door Sara’s lachen en de reactie erop krijgen we de belofte verder uitgelegd: zal voor de Eeuwige iets te wonderlijk zijn?
-Het lachen van Abraham en Sara zal terugkomen in de naam van hun aangekondigde zoon.

WOENSDAG: Abraham bidt voor Sodom, Genesis 18,16-33
-Abraham doet de gasten uitgeleide.
-God bedenkt dat, gezien Abraham een groot volk zal worden, hij meetelt. God ziet hem als tegenover, daarom vertelt hij hem wat hij van plan is: wat hem betreft is het gedaan met Sodom.
-Abraham blijkt inderdaad een tegenover voor God: hij neemt niet klakkeloos over wat God zegt, maar neemt het op voor zijn broeder(s). Hij dingt af op een manier zoals je die op elke markt in het Midden-Oosten aantreft.
-Het getal tien, waarop Abraham en de Eeuwige uitkomen, heeft alles te maken met het minimum aantal mensen, dat nodig is om een Joodse gebedsdienst te kunnen houden (minjan). Er zijn talloze actuele verhalen uit de hele wereld, waarin Joden door andere Joden van de straat worden geplukt om dit getal tien te halen.
-Is dit een laatste soort proef voor Abraham, voor Gods belofte van een zoon in vervulling kan gaan?

DONDERDAG: De geboorte van Isaak, Genesis 21:1-7
-Abrahams ouderdom wordt heel uitdrukkelijk herhaald bij de geboorte van Isaak.
-Deze blije vader is honderd jaar, een mooi getal.
-Sara is de blije moeder van een zoon (ze baart en zoogt haar kind ook).
-In het blije lachen van Sara en van alle mensen om haar heen klinkt de naam Isaak (‘lachertje’) door. Dit lachen is hier nog alleen maar positief bij de geboorte van Isaak.
-Isaak wordt besneden, zoals het hoort, op de achtste dag. Deze besnijdenis hadden eerder ook Abraham zelf en Ismaël allebei tegelijk op één dag ondergaan.
-Hiermee wordt duidelijk, dat zij voortkomen uit Gods wonderlijke belofte ondanks de wil van mensen.


Naar boven